logo

Afval

De hoeveelheid afval neemt niet meer toe in Nederland, maar we produceren ieder jaar nog steeds zo'n 60 miljoen ton. 40% daarvan komt van consumenten. De gevolgen zijn nadelig voor het milieu: het draagt bij aan lucht-, water- en bodemvervuiling en aan de uitstoot van broeikasgassen. En dat laatste zorgt weer voor klimaatverandering. Ook exporteren we een deel van ons afval naar andere landen, wat daar nadelige effecten kan hebben op milieu en gezondheid. Het is dus belangrijk om afvalstromen te verminderen of opnieuw te gebruiken. Het RIVM onderzoekt het nut van hergebruik van biotische reststromen.

Chemisch afval

Er zijn verschillende manieren waarop het afvalprobleem teruggedrongen kan worden:

  1. afvalpreventie
  2. hergebruik
  3. recycling en andere nuttige toepassingen

In de Nederlandse grote steden wordt slechts 21% van het consumentenafval nuttig toegepast, terwijl het landelijk gemiddelde iets meer dan 50% bedraagt. Het nuttig toepassen van biotische reststromen, zoals gft, voor het maken van producten die normaal gemaakt worden van fossiele bronnen, wordt ‘biobased chemie’ genoemd. Het RIVM onderzoekt op welke manier dit kan bijdragen aan een beter milieu en een gezondere bevolking. Ook analyseert het RIVM de sociaal-economische aspecten en de gevolgen voor klimaat, voedselvoorziening, energie- en waterverbruik en biodiversiteit. Daarnaast adviseert het RIVM de overheid over aanpassingen in regelgeving die nieuwe toepassingen van de ‘biobased chemie’ mogelijk maken.

Materiaal dat vrijkomt bij bouw- en sloopactiviteiten vormt één van de grootste  afvalstromen in Nederland. Momenteel wordt 95 procent van dit afval verwerkt en weer geschikt gemaakt voor gebruik. Het RIVM heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzocht wat beleidsmatig nodig is om hergebruik van afvalwater te stimuleren. Binnen de afvalwaterketen worden veel initiatieven ontplooid om hergebruik te bevorderen, bijvoorbeeld van fosfaat en cellulose uit afvalwater. Er blijken echter enkele beperkende omstandigheden zijn. Zo is er geen duidelijk beleid voor hergebruik van afvalwater; het beleid is tot nu toe vooral geënt op waterkwaliteit. Ook wordt niet beleidsmatig gestimuleerd dat afvalwater wordt hergebruikt waardoor dat niet structureel plaatsvindt. Bij bouwstoffen is dat wèl het geval. Ook is niet duidelijk welke producten ermee kunnen worden gemaakt. Door de komende tijd enkele praktijkvoorbeelden te onderzoeken hoopt het RIVM dichter bij oplossingen te komen.

SPR .... klaar voor de vragen van morgen
Menu